Amerikaanse technologiebedrijven behoren tot de wereldtop in het ontwerpen van chips. Maar voor de productie van veel van die chips zijn ze afhankelijk van fabrieken in Azië, vooral in Taiwan. Dat maakt de Verenigde Staten kwetsbaar bij internationale conflicten of verstoringen van de chipproductie. Intel kan helpen die afhankelijkheid te verkleinen.
Amerika ontwerpt chips, Azië maakt er veel
Bedrijven als Nvidia, Apple en AMD ontwerpen geavanceerde chips, maar laten een belangrijk deel daarvan produceren door het Taiwanese TSMC. Ook Zuid-Korea speelt een grote rol. En daarmee houdt de afhankelijkheid niet op: voor de productie zijn bijvoorbeeld lithografiemachines van het Nederlandse ASML nodig. Amerika kan dus niet zomaar alles zelf.
Dat wereldwijd netwerk werkt uitstekend zolang de aanvoer doorgaat. Maar wat als de spanningen rond Taiwan oplopen en chipfabrieken stilvallen? Dan raakt dat niet alleen smartphones en computers, maar ook AI-systemen, satellieten en defensiematerieel. Washington wil daarom meer geavanceerde chips op Amerikaanse bodem kunnen laten maken.
Waarom juist Intel?
Intel is een van de weinige Amerikaanse bedrijven die geavanceerde chips niet alleen ontwerpen, maar ook zelf produceren. Het heeft fabrieken in de Verenigde Staten en ontwikkelt eigen productieprocessen. Dat maakt Intel voor Washington bijzonder interessant.
In augustus 2025 kondigde de Amerikaanse overheid aan voor 8,9 miljard dollar aandelen Intel te verwerven, goed voor aanvankelijk ongeveer 9,9% van het bedrijf. Belangrijk detail: het ging grotendeels om de omzetting van eerder toegezegde overheidsmiddelen in een aandelenbelang, niet om volledig nieuwe steun.
Washington werd daarmee niet alleen financier, maar ook aandeelhouder. Dat zegt veel over het belang dat de Verenigde Staten hechten aan eigen chipproductie.
Van computerchips naar nationale veiligheid
De samenwerking gaat verder dan het bouwen van fabrieken. In september 2024 kreeg Intel voor het programma Secure Enclave een financieringstoezegging van maximaal 3 miljard dollar. Het doel: geavanceerde chips voor de Amerikaanse overheid op een betrouwbare en beveiligde manier kunnen produceren.
In juli 2026 meldde Intel dat het RAMP-C-programma was afgerond. Daarbij zijn onder meer ontwerpen en prototypes getest met Intels 18A-productieproces. Dat is een belangrijke technische stap. Het betekent nog niet dat er al grote, winstgevende productieorders binnen zijn.
Het kan bovendien om meer gaan dan defensie. Ook commerciële chipontwerpers zouden belangstelling kunnen krijgen voor een Amerikaanse productiepartner. Maar dan moet Intel wel concurrerend zijn in kwaliteit, prijs en leverbetrouwbaarheid.
Kan Washington Intel opnieuw groot maken?
Washington kan Intel helpen met financiering, onderzoek, defensieopdrachten en beleid dat Amerikaanse chipproductie stimuleert. Toch kan de overheid geen succesvolle chipfabriek bestellen alsof het een kant-en-klaar product is.
Intel moet laten zien dat het geavanceerde chips in grote aantallen, met voldoende kwaliteit en tegen concurrerende kosten kan maken. En grote klanten moeten daadwerkelijk voor Intel kiezen. Daar ligt de echte proef.
Lukt dat, dan kunnen defensieprogramma's de opstap worden naar een bredere Amerikaanse chipindustrie. Lukt het niet, dan blijft Intel strategisch belangrijk, maar is dat voor aandeelhouders nog geen succes.
Wat zegt ESS?
ESS maakt hier een belangrijk onderscheid: een bedrijf kan voor een land van groot strategisch belang zijn zonder dat het aandeel automatisch aantrekkelijk is. Intels fabrieken en kennis kunnen de Amerikaanse afhankelijkheid van buitenlandse chipproductie verkleinen. Voor beleggers telt uiteindelijk of dat ook leidt tot meer opdrachten, betere marges en duurzame vrije kasstromen.
De recente koersdaling doet niets af aan het strategische belang van Intel. Ze laat wel zien dat beleggers niet alleen kijken naar de kansen, maar ook naar de economische en commerciële onzekerheid over de uitvoering.
ESS-conclusie
De Amerikaanse overheid kan Intel helpen opnieuw een belangrijke chipproducent te worden. Maar Washington kan het bedrijf niet eigenhandig winstgevend maken. Daarvoor moet Intel klanten overtuigen en zijn productie op orde krijgen.
De kans zit bovendien niet alleen in defensie. Als ook grote commerciële klanten hun geavanceerde chips bij Intel laten maken, kan het bedrijf een veel grotere rol krijgen in de Amerikaanse technologiesector.
Daarom is de vraag niet alleen of Intel weer betere chips kan maken. Minstens zo interessant is hoeveel het de Verenigde Staten waard is om die chips in eigen land te kunnen produceren.
Belangrijkste openbare bronnen
- Intel Corporation, 22 augustus 2025 — Overheidsinvestering van $8,9 miljard en aangekondigd aandelenbelang van 9,9% — https://newsroom.intel.com/corporate/intel-and-trump-administration-reach-historic-agreement
- Intel Corporation, 16 september 2024 — Secure Enclave, maximaal $3 miljard — https://download.intel.com/newsroom/archive/2025/en-us-2024-09-16-intel-awarded-up-to-3b-by-the-bidenharris-administration-for-secure-enclave.pdf
- Intel Corporation, 28 juli 2026 — Afronding RAMP-C — https://newsroom.intel.com/intel-foundry/intel-completes-ramp-c-program-accelerating-momentum-for-secure-enclave
ESS — Elite Stock Selector | Eigen analyse van de strategische positie, kansen en risico's van Intel. Peildatum: 30 oktober 2026. Feiten en verwachtingen zijn onderscheiden; dit artikel bevat geen persoonlijk beleggingsadvies.
Terug naar publicaties